........

spaceburo

.  
 
PROJECTRUIMTE VOOR HEDENDAAGSE KUNST
jan palfijnstraat 47 2060 antwerpen


tijdens tentoonstellingen geopend op
vrijdag 11-19h en andere dagen op afspraak

.tentoonstellingen
.multiples
.expedities
.educatie
.over
.contact
.home


 

NATTE HANDDOEK / PIETER SLAGBOOM
6 SEPTEMBER - 18 OKTOBER 2015
opening 6 september 15h


 

persbericht hier

HART#146 Grete Simkuté over Natte Handdoek / Pieter Slagboom hier
   
website: www.pieterslagboom.nl
 

 

Pieter Slagboom – Parma Violet
tekst: Lorenzo Benedetti

Symbolische ruimtes en ruimtes die symbolen worden: in de tekeningen van Slagboom worden we geconfronteerd met een analyse van het beeld in onze hedendaagse cultuur, vertaald in dromerige wouden van metaforen, emblemen, denkbeeldige werelden. Een buitensporige hoeveelheid elementen, tekens en symbolen overweldigt de collectieve verbeelding met een overdaad aan prikkels. Hierdoor lijken zijn werken ons bewust te maken van een mythologie van het absurde, bevolkt door steeds terugkerende symbolen. Af en toe wekken deze symbolen de indruk ons landschappen te willen binnenleiden die doen denken aan labyrinten zonder in- of uitgang.
De lijnen van de tekening zijn gelaagd en vertakt. De potloodlijnen lopen door de lichamen heen als aders en slagaders, als de levenssappen van de afgebeelde figuur. Deze energie beperkt zich niet tot de strepen, maar gaat ook uit van de materie, van de intense expressie van de vormen. De potloodlijn, synthetisch maar compact, blijft in al zijn intensiteit toch altijd individueel, verweven met het geheel maar afgebakend in zijn vorm. Deze vorm bestaat niet echt maar is louter opgebouwd uit lijnen en benadrukt het wankele bestaan van die lijnen in een denkbeeldige en absurde wereld. Vaak zien we het dualisme van een harde symboliek die wordt weergegeven in de zachte, warme kleuren waaruit de vorm is opgebouwd. Een tegenstrijdige toestand van serene angst, absurde normaliteit en onrustige gelukzaligheid.
De innerlijke tegenstrijdigheid wordt door Slagboom gebruikt om te laten zien hoe onderling tegengestelde elementen, die op het eerste gezicht onverenigbaar zijn, voorkomen in de wereld van alledag. Zoals bij de late Magritte, die met pastelverf bucolische taferelen schilderde waarbij de nadruk lag op absurditeit. Of zoals bij de gebroeders Chapman, bij wie apocalyptische taferelen worden vertaald in een alledaagse manier van doen en andersom.

            De taferelen in het werk van Slagboom overstijgen de traditionele tijdsdimensie en verschuilen zich in vertellingen die niet aan een bepaalde tijd gebonden zijn. Daardoor zijn ze verwant aan de mythologieën van Borges, waarin thema´s aan bod komen als het labyrint, de spiegel, de dubbelganger, en waarin de werkelijkheid voortdurend oplost binnen een denkbeeldige, visionaire wereld.
De overgang van installatie naar tekening is een nauwgezet proces dat een parallelle ruimte oproept, een ruimte die zo’n unieke en absurde werkelijkheid beschrijft dat de techniek van de tekening de enige manier lijkt om die te tonen.
            Vaak zien we in zijn werken kamers, buurten, bouwwerken en maquettes, symbolen van plekken, symbolen van gebouwen. Elk tafereel, elke situatie die door Slagboom wordt beschreven is in een exacte dimensie geplaatst.
Pieter Slagboom gebruikt in zijn tekeningen ook vaak een tautologische dynamiek, door het ene beeld in het andere te plaatsen en op die manier in verschillende werkelijkheden te graven op zoek naar de diepst verborgen dimensie. Zo wordt het tekenen zelf een proces om in de psychologie van de hedendaagse maatschappij te wroeten, vanuit een persoonlijk perspectief vol mythologische symbolen uit het absurde en uit de werkelijkheid. Bouwwerken vormen vaak het middelpunt van zijn werk en zijn vaak opgebouwd uit menselijke uitwerpselen. Hiermee verandert Slagboom de gebruikelijke culturele connotatie van die uitwerpselen en verleent ze juist scheppende eigenschappen. Met alle symboliek die hij gebruikt lijkt de kunstenaar vooral conventionele betekenissen en waarden ter discussie te willen stellen.

......................................................................................
ENGLISH:

Pieter Slagboom – Parma Violet
by Lorenzo Benedetti

Symbolic spaces and spaces that turn into symbols – in Slagboom’s drawings we find an analysis of the image in our contemporary culture, translated into dreamlike forests of metaphors, emblems, imaginary worlds. A vast quantity of elements, signs and symbols overwhelm the collective imagination with an excess of stimuli. As a result, his work seems to make us aware of a mythology of the absurd, inhabited by recurring symbols. At times these symbols appear to lure us into landscapes resembling labyrinths with no entrance or exit.

The lines of the drawings are complex and branching. The pencil strokes pass through the bodies like veins and arteries, like the life-blood of the depicted form. This energy is not just confined to the pencil strokes, but emerges from the matter, the intense expressiveness of the forms. The pencil stroke, synthetic but compact, remains individual in all its intensity, interwoven with the whole yet sharply delineated in its form – a form that does not really exist but is composed purely of lines, highlighting their precarious existence within an imaginary, absurd world. Often we see the dualism of a harsh symbolism that is depicted in the soft, warm colours that make up the form. An oxymoronic state of serene anguish, absurd normality, uneasy bliss.

Slagboom uses the oxymoron to show how seemingly irreconcilable contrasting elements are to be found in everyday life – as in Magritte’s later works, in which pastel colours were used to depict bucolic scenes with an emphasis on the absurd, or the Chapman brothers’ apocalyptic scenes translated into everyday contexts and vice versa.

The scenes in Slagboom’s work go beyond the traditional time dimension to take shelter in narratives that are not bound to any particular time. This brings them close to Borges’ mythology, which tackles themes such as the labyrinth, the mirror and the double, and in which reality is constantly dissolved within an imaginary, visionary world.

The transition from installation to drawing is a precise process that creates a parallel space – a space that describes a reality so unique and absurd that drawing appears to be the only technique capable of showing it.

Slagboom’s work often includes rooms, environments, buildings and scale models, symbols of places, symbols of buildings. Each scene, each situation he describes is located within a precise dimension.

His drawings often make use of a tautological dynamic, placing one image inside another to probe various realities in search of the innermost dimension. Drawing thus becomes a process of probing the psychology of contemporary society, from a personal angle filled with mythologies of the absurd and the real. Buildings are often a central feature of his work, and are often made of human excrement, whose usual cultural connotation is altered by the artist to give it a creative quality. Indeed, all his symbols appear to be used in ways that seek to challenge conventional meanings and values.



 

   


 

van boven naar beneden:
.Light Green, Magenta and Dark Cadmium Orange (Belly), kleurpotlood op papier,
120 x 150 cm, 2015
.Head, kleurpotlood op papier, 120 x 150 cm, 2015
.Coïtus, kleurpotlood op papier, 120 x 150 cm, 2015

meer werken in stock:
kleurpotlood op papier, 70 x 100 cm
kleurpotlood op papier, 35 x 50 cm